ECLI:NL:RBARN:2010:BO1793
Rechtbank Arnhem · 05-08-2010 · zaaknummer 10/1218
Inhoudsindicatie
In dit geding dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verweerder terecht en op goede gronden overgegaan is tot terugvordering van het verschuldigde bedrag op grond van artikel 44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De rechtbank overweegt dat de maatman in onderhavige procedure niet (opnieuw) aan de orde gesteld kan worden nu bij toepassing van artikel 44 van de WAO wordt uitgegaan van het recht op uitkering zoals dat ten tijde van de inkomsten uit arbeid geldt. Dat in verband met de vaststelling of de uitbetaling van de uitkering moet worden verlaagd of gestopt een zogenaamde fictieve schatting wordt uitgevoerd doet daaraan niet af. Doel van die fictieve schatting is immers slechts om de inkomsten uit arbeid af te zetten tegen de reeds in een eerder besluit - in dit geval het besluit van 6 december 2006 - vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Voorts overweegt de rechtbank dat de bewoordingen van artikel 44 van de WAO er in beginsel niet aan in de weg staan dat dit artikel met terugwerkende kracht wordt toegepast maar dat dit onder omstandigheden in strijd kan zijn met het beginsel van rechtszekerheid, dan wel een (andere) ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel. Van een dergelijke strijd is in onderhavige procedure geen sprake. Verweerder heeft derhalve met terugwerkende kracht artikel 44 van de WAO kunnen toepassen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
