ECLI:NL:RBARN:2010:BN1797
Rechtbank Arnhem · 02-06-2010 · zaaknummer 180534
Inhoudsindicatie
Met zijn eigen verklaring en de verklaringen van zijn zonen heeft gedaagde naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden dat gedaagde de leiding heeft uitgegraven dan wel daartoe opdracht heeft gegeven voldoende ontzenuwd. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat gedaagde de rioolwaterpersleiding heeft uitgegraven dan wel dat hij daartoe opdracht heeft gegeven. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat gedaagde onrechtmatig jegens het Waterschap heeft gehandeld. De vordering van het Waterschap zal worden afgewezen.
Advocaten
- P.M. Wilmink
- W.J.M. Gitmans
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
