ECLI:NL:RBARN:2010:BM6243
Rechtbank Arnhem · 23-04-2010 · zaaknummer 196946
Inhoudsindicatie
Gesteld noch gebleken is dat genoemde arresten van het gerechtshof Arnhem klaarblijkelijk op een feitelijke of juridische misslag berusten. Partijen verschillen van mening over de vraag hoe beide arresten, in onderlinge samenhang bezien, moeten worden uitgelegd. Naar analogie van het toetsingskader dat bij de beoordeling van reguliere executiegeschillen wordt toegepast, dient de voorzieningenrechter ook in een zaak als deze zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend arrest te verrichten handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen met dien verstande dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (vergelijk Hoge Raad 19 januari 2007, NJ 2007, 59 en Hoge Raad 15 november 2002, NJ 2004, 410).
Rechters
Advocaten
- P.A.C. de Vries
- R.H. van de Beeten
- W.D. Huizinga
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
