ECLI:NL:RBARN:2010:BL9027
Rechtbank Arnhem · 23-03-2010 · zaaknummer 09/2939
Inhoudsindicatie
Formeel belastingrecht. AWB en AWR. Heffingsrente. Inspecteur legt op 1 januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over dat jaar op. De aanslag wordt geacht op 1 juli 2006 volledig te zijn betaald. Naar aanleiding van de ingediende aangifte vermindert de inspecteur deze aanslag op 31 juli 2007. Omdat bij het opleggen van de voorlopige aanslag geen heffingsrente was berekend, ontvangt eiseres geen vergoeding of teruggave van heffingsrente. Wel vergoedt de ontvanger invorderingsrente over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2007. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur gebruik had moeten maken van de mogelijkheid de eerste voorlopige aanslag te laten volgen door een tweede voorlopige aanslag tot een negatief bedrag. Het standpunt van de inspecteur dat artikel 13 AWR niet voorziet in het opleggen van een tweede voorlopige aanslag in dit geval, wordt door de rechtbank verworpen. Door te kiezen voor vermindering van de eerste voorlopige aanslag heeft de inspecteur een vergoeding van rente over de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2006 ten onrechte onthouden en heeft hij artikel 3:4 van de AWB geschonden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
