ECLI:NL:RBARN:2008:BC6865
Rechtbank Arnhem · 05-03-2008 · zaaknummer 162934
Inhoudsindicatie
Incident. De in de artt. 111 lid 3 en 128 lid 5 Rv neergelegde substantiërings- en bewijsaandraagplichten zijn bedoeld om ertoe bij te dragen de civiele procedure zoveel mogelijk te bekorten en wel tot één schriftelijke ronde gevolgd door een comparitie. Daarmee verdraagt zich niet dat een partij de vraag of de andere partij aan die plicht(en) heeft voldaan, de inzet maakt van een geschil dat vooraf bij wege van incident moet worden beslist. Incidenteel eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
- E.J. Nieuwenhuys
- O.R. Siemelink
- P.M. Wilmink
- W.D. Huizinga
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
