ECLI:NL:RBARN:2007:BB8755
Rechtbank Arnhem · 21-11-2007 · zaaknummer 15140
Inhoudsindicatie
De rechtbank onderschrijft niet in zijn algemeenheid het standpunt van de curator dat vanaf de peildatum voor het bestuur niet langer het belang van de vennootschap en de continuïteit van de onderneming maatgevend moeten zijn, maar het belang van een evenwichtige behartiging van de belangen van de crediteuren. Zij is wel van oordeel dat waar gefailleerde door het feitelijk – namelijk door de betaling van andere – achterstellen van de vorderingen van een aantal concurrente crediteuren onrechtmatig jegens deze schuldeisers heeft gehandeld, en dat haar bestuurder op haar beurt onrechtmatig jegens die schuldeisers heeft gehandeld door deze handelwijze van gefailleerde in de hand te werken of toe te staan.
Rechters
Advocaten
- D.A. Beck
- E.R. Looyen
- H. van Ravenhorst
- J.H. Steverink
- P.J.M. van Wersch
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
