ECLI:NL:RBARN:2007:BB8207
Rechtbank Arnhem · 08-11-2007 · zaaknummer 161243
Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Voor het uitoefenen van een (rechtsgeldig) retentierecht is ingevolge artikel 3:290 BW in de eerste plaats vereist dat de retentor direct of indirect de (naar verkeersopvattingen, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen) feitelijke macht over de zaak uitoefent. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarvan hier geen sprake.
Rechters
Advocaten
- G.H.W.M. DE SWART BEHEER
- M.A.J. Kemps
- P.M. Wilmin
- P.W.H. Stassen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
