ECLI:NL:RBARN:2007:BA7383
Rechtbank Arnhem · 03-04-2007 · zaaknummer 06/2571
Inhoudsindicatie
Voor de toepassing van de foutenleer dient er sprake te zijn van een bepaaldelijk fout. Bij het vaststellen van de beginwaarde van de vordering dient de vordering te worden geschat naar de feiten en omstandigheden ten tijde van de vervreemding van de deelneming. Deze schatting dient binnen een zekere bandbreedte te blijven. Blijft de schatting binnen de bandbreedte dan is er geen sprake van een bepaaldelijke fout.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
