ECLI:NL:RBARN:2007:BA6837
Rechtbank Arnhem · 24-05-2007 · zaaknummer 155240
Inhoudsindicatie
Door voor een gepretendeerde verrekeningsvordering maritaal beslag te leggen op de bankrekeningen van de man, miskent de vrouw dat maritaal beslag slechts gelegd kan worden op goederen die behoren tot een huwelijksgoederengemeenschap (art. 768 Rv). Partijen hebben in de huwelijkse voorwaarden iedere vorm van gemeenschap van goederen uitgesloten. Dit betekent dat de bankrekeningen, nu die ten name van de man staan en van zijn onderneming, behoren tot het privévermogen van de man en daarom niet vatbaar zijn voor maritaal beslag. Het beslag op de bankrekeningen heeft daarom geen doel getroffen en het kan ook geen ander doel treffen juist omdat tussen partijen iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten. Het maritaal beslag heeft daarom te gelden als vexatoir en zal om die reden door de voorzieningenrechter worden opgeheven.
Rechters
Advocaten
- A.J.M. van Haaren
- H. van Ravenhorst
- W.A.J. Hagen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
