Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2007:BA6834

Rechtbank Arnhem · 16-05-2007 · zaaknummer 154764

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De kernvraag is in wiens vermogen de in depot gestorte executieopbrengst vanl, indien eiser na de executie failliet wordt verklaard. Deponering van het restant van de executieopbrengst na voldoening van de bank de separatist is, vindt plaats ten behoeve van de ex-beslagleggers/schuldeisers, maar houdt geen betaling aan (een van) hen in. Onduidelijk is immers nog op welk deel van het te deponeren bedrag ieder van hen eventueel recht heeft. De executieopbrengst bevindt zich na deponering dus nog in het vermogen van eiser. De schuldeisers hebben een vordering, een persoonlijk recht, op eiser maar zijn geen (zakelijk) rechthebbende op (een deel van) het depot. In deze situatie verandert een eventueel faillissement van eiser niets; hooguit zal een onder de notaris gelegd derdenbeslag vervallen (artikel 33 lid 2 Fw). Het gedeponeerde bedrag valt daarom bij een faillissement in de boedel van eiser. De voorzieningrechter heeft acht geslagen op het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2001 (NJ 2002, 371). Daarin overweegt de Hoge Raad onder meer: "Rechthebbenden op het saldo van de bijzondere rekening zijn degenen ten behoeve van wie gelden op die rekening zijn bijgeschreven, onder de voorwaarden die in hun onderlinge verhouding nader gelden. Tussen deze rechthebbenden geldt met betrekking tot de gelden een gemeenschap als bedoeld in artikel 3:166 lid 1 BW." In het geval waarover dit arrest handelt, is duidelijk wie de rechthebbenden zijn op het saldo van de bijzondere kwaliteitsrekening. In de onderhavige zaak is nog allerminst duidelijk wie de rechthebbenden zijn op de executieopbrengst. Verschillende partijen hebben beslag gelegd op de onroerende zaak en in een later stadium zal lpas duidelijk worden wie (en voor welk bedrag) gerechtigd is tot die opbrengst. Van een gemeenschap is geen sprake. De voorzieningenrechter sluit zich in dit opzicht aan bij hetgeen prof. mr. S.C.J.J. Kortmann en mr. A. Steneker in punt 7 van hun annotatie bij voornoemd arrest (JOR 2001, 50) hebben gesteld. Ook in de onderhavige zaak wijst niets erop dat door de partijen is beoogd het in depot gestort en de schuldeisers zijn er daarbij van uitgegaan dat het aan een of meer van hen onder een opschortende voorwaarde zal toekomen, namelijk aan degene(n) die uiteindelijk na een onherroepelijke rechterlijke uitspraak gerechtigd is (zijn) tot deze executieopbrengst.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.