ECLI:NL:RBARN:2007:BA5588
Rechtbank Arnhem · 18-04-2007 · zaaknummer 142305
Inhoudsindicatie
De primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aannemelijkheid dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. De belangrijkste peiler van het gestelde kennelijk onbehoorlijk bestuur is dat de bestuurders volgens de curator niet hebben voldaan aan de boekhoudverplichting van artikel 2:10 BW. De curator brengt ook de schending van de algemene norm van artikel 2:9 BW en die van de publicatieplicht van artikel 2:394 BW onder de noemer van het kennelijk onbehoorlijk bestuur van artikel 2:248 lid 1.
Advocaten
- A. van Hees
- S.D.I. Oranje
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
