ECLI:NL:RBARN:2007:BA5564
Rechtbank Arnhem · 18-04-2007 · zaaknummer 142142
Inhoudsindicatie
Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend op grond van artikel 2 van de in deze van toepassing zijnde verordening (EG) Nr. 44/1001 van de Raad van de Europese Unie (EEX-verordening). Immers, beide gedaagden hebben woonplaats in Nederland. Voorts dient beoordeeld te worden door welk recht de rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst. Nu er door partijen geen rechtskeuze is gedaan in de zin van artikel 3 van het in deze zaak toepasselijke Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980 (EVO), wordt de overeenkomst op grond van het EVO beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. Op grond van artikel 3 eerste lid van de Wet Conflictenrecht Onrechtmatige Daad zal de vraag of de conservatoire beslagen op de in Nederland gelegen onroerende zaken onrechtmatig waren echter naar Nederlands recht worden beoordeeld.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F.J. Boom
- S.A.H. van Ramele
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
