ECLI:NL:RBARN:2007:BA1790
Rechtbank Arnhem · 07-03-2007 · zaaknummer 139077 / 141446
Inhoudsindicatie
Op grond van het tweede lid van 477a Rv. dient de executant de derde-beslagene indien hij diens verklaring betwist te dagvaarden binnen twee maanden na zijn verklaring . De rechtbank stelt vast dat beide partijen er kennelijk en terecht van uitgaan dat de termijn van twee maanden pas aanvangt bij ontvangst van de verklaring door de Ontvanger en niet op het moment van dagtekening of verzending van die verklaring. Immers, ofschoon de wetgever ten aanzien van artikel 3:59 BW heeft aangegeven dat bij anologische toepassing van titel 2 van boek 3 BW op proces-rechtelijke handelingen voorzichtigheid vereist is, in dit geval is analogie met artikel 3.37 BW op zijn plaats. De in 477a Rv. gegeven termijn is immers de tijd die de executant gegund is om de verklaring inhoudelijk te betwisten. Betwisting is pas mogelijk nadat die verklaring hem heeft bereikt. De duur van de betwistingstermijn mag niet afhankelijk zijn van de tijd die de derde-beslagene gebruikt om de verklaring na dagtekening te verzenden of in het bereik van de executant te stellen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G.G.A.J.M. van Poppel
- L. Paulus
- S. Toes
- T. Huisman
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
