ECLI:NL:RBARN:2006:AW7225
Rechtbank Arnhem · 05-04-2006 · zaaknummer 132907
Inhoudsindicatie
De geldleenovereenkomst is een onderhandse akte, als bedoeld in art. 157 lid 2 Rv. Zij bevat slechts verplichtingen ten laste van gedaagde. Er ontbreekt een goedschrift van gedaagde, zodat de akte op grond van art. 158 lid 1 Rv vrije bewijskracht heeft. Gedaagde heeft de stelling van eiser dat partijen een geldleenovereenkomst hebben gesloten, onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarmee staat het bestaan van de geldleenovereenkomst vast. In reconventie vordert gedaagde vernietiging van de side-letter op grond van primair 3:40 BW, omdat daarin een woekerrente van 1.000% per jaar is bedongen. Die vordering zal worden toegewezen, omdat een dergelijke rente in strijd is met de openbare orde en de goede zeden.
Rechters
Advocaten
- E.R. Looyen
- H. van Ravenhorst
- R.E.F. Bergwerf Bok
- T.P.M. Kouwenaar
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
