ECLI:NL:RBARN:2006:AW2120
Rechtbank Arnhem · 01-03-2006 · zaaknummer 128693
Inhoudsindicatie
Het meest verstrekkende verweer van De Dikkenberg betreft het beroep op artikel 236 Rv, zodat de rechtbank daarover eerst zal oordelen. Artikel 236 Rv bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht hebben. Met de "rechtsbetrekking in geschil" wordt bedoeld het geschilpunt, de rechtsvraag, die partijen verdeeld houdt. Gezag van gewijsde komt toe aan die beslissingen in een vonnis, waarin de rechter aan bepaalde feiten bepaalde rechtsgevolgen heeft verbonden, ongeacht of deze beslissingen zijn neergelegd in het dictum, dan wel uitsluitend deel uitmaken van de overwegingen. Het moet daarbij wel gaan om geschilbeslissingen, dat wil zeggen die proces- en materieelrechtelijke beslissingen die noodzakelijk zijn ter bepaling van de concrete rechtsverhouding tussen partijen en die het dictum dragen. Vervolgens komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke beoordeling van het thans voorliggende geschil. Dit geschil komt er in de kern op neer dat Rameckers c.s. stellen dat De Dikkenberg gehouden was de dienstwoning te slopen, hetgeen door De Dikkenberg gemotiveerd is betwist. De rechtbank overweegt als volgt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
