ECLI:NL:RBARN:2005:AV1041
Rechtbank Arnhem · 30-11-2005 · zaaknummer 110558
Inhoudsindicatie
Op de gronden in het tussenvonnis vermeld, brengt de redelijkheid, genoemd in artikel 6:210 lid 2 BW, naar het oordeel van de rechtbank mee dat gedaagde aan Dexia in beginsel en nog afgezien van haar persoonlijke omstandigheden de helft van het verschil tussen de beide in rechtsoverweging 2.3 genoemde bedragen, zijnde € 5.665,43, aan Dexia moet betalen. Dit bedrag is in beginsel redelijk.
Rechters
Advocaten
- H. Post
- M.E. Bosman
- N.L.J.M. Rijssenbeek
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
