ECLI:NL:RBARN:2005:AV1010
Rechtbank Arnhem · 30-11-2005 · zaaknummer 71009/74241
Inhoudsindicatie
De slotsom moet zijn dat, hoewel de dagvaarding niet als obscuur libel nietig is verklaard en eisers ontvankelijk zijn geacht in hun vorderingen, zij er - ondanks de daarop gerichte vragen van de gedaagden en de vragen van de rechtbank in het tussenvonnis - niet toe over zijn gegaan een onderbouwing van die vorderingen te geven die zodanig is dat hun stellingen, mits bewezen, de vorderingen kunnen dragen. De op onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen moeten dus worden afgewezen. Subsidiair is de eis gebaseerd op de stelling dat er aan de zijde van gedaagden sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. De vordering wordt ook op deze grondslag afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A. Moszkowicz
- A.K.C. Geelen
- F.H. Eymaal
- F.P. Lomans
- G.J.R. Kalsbeek
- L. Kerkman
- M.P.H. Winters
- M.W. Josephus Jitta
- P. Roorda
- R.B. Gerretsen
- W.F. Hendriksen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
