ECLI:NL:RBARN:2005:AV0525
Rechtbank Arnhem · 09-11-2005 · zaaknummer 124953
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat Biodent onvoldoende heeft gesteld waar zij haar stellingen op grondt. Zo vermag de rechtbank niet in te zien hoe uit bedoelde brieven valt op te maken dat er geen onderzoek door een van de eisers is verricht of dat omtrent het declareren van onderzoekswerkzaamheden door partijen afspraken waren gemaakt. uit de motivering van het arbitraal college op dit punt (rechtsoverweging 31.2.1, blz. 14 t/m 16 van het arbitraal vonnis) valt af te leiden dat de arbiters daarnaar wel onderzoek hebben gedaan en tot het oordeel zijn gekomen dat aan Biodent geen (extra) vergoeding voor onderzoek toekwam. Biodent heeft nagelaten te concretiseren waar uit de tekst van de hiervoor bedoelde brieven valt af te leiden dat daaromtrent andersluidende afspraken bestonden, op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat het oordeel van het arbitraal college op dit punt onjuist is dan wel dat haar oordeel enige steekhoudende verklaring ontbeert, zodat het beroep van Biodent op deze vernietigingsgrond eveneens faalt.
Rechters
Advocaten
- B.P.J.M.L. Vliexs
- J.A.M.P. Keijser
- R.J. Borghans
- W.H.B.K. Brunet de Rochebrune
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
