ECLI:NL:RBARN:2005:AT5599
Rechtbank Arnhem · 07-04-2005 · zaaknummer 124393
Inhoudsindicatie
Eiser vordert Ohra te veroordelen tot onmiddellijke hervatting van de betaling van de uitkeringen arbeidsongeschiktheidsverklaringen aan hem vanaf 1 maart 2004 en tot betaling van de kosten van dit geding. Hij stelt daartoe dat Ohra geen grond had om de uitkeringen op grond van de AOV te staken, primair omdat hij geen feiten voor Ohra heeft verzwegen en de gezondheidsverklaring (de vragenlijst) te goeder trouw naar waarheid en volledigheid heeft ingevuld en subsidiair omdat, mocht er al sprake zijn van verzwijging te goeder trouw, deze verzwegen feiten Ohra, als zij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, als redelijk handelend verzekeraar niet zouden hebben genoopt tot afwijzing van zijn aanvraag tot de AOV of tot aanpassing van de voorwaarden daarvan. De vraag die aan de orde komt, is de vraag of de verzwijging van dusdanige aard is, dat Ohra de verzekeringsovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten als zij van de verzwegen feiten op de hoogte was geweest.
Rechters
Advocaten
- F.J. Boom
- J.C.N.B. Kaal
- R.J. Ruiter
- S.M. van Deursen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
