ECLI:NL:RBARN:2005:AT4393
Rechtbank Arnhem · 16-03-2005 · zaaknummer 103472
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat de brandstichting door gedaagde een onrechtmatig handelen betreft. Door Woudsend wordt niet betwist dat gedaagde ten tijde van brandstichting verminderd toerekeningsvatbaar was. Naar het oordeel van de rechtbank is de verminderd toerekeningsvatbaarheid ten tijde van de brandstichting geen beletsel om de brandstichting als een onrechtmatige daad aan gedaagde toe te rekenen (artikel 6:165 BW). De rechtbank overweegt voorts dat als onbetwist vast staat dat als gevolg van de brandstichting schade is geleden door de eigenaar van het bedrijfspand. Verder is niet in geschil dat de geschonden norm -gij zult andersmans spullen niet beschadigen- strekt tot bescherming tegen de schade die de benadeelde heeft geleden. De rechtbank is derhalve van oordeel dat aan de vereisten voor aansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW is voldaan.
Rechters
Advocaten
- C.G.T. van Ouwerkerk
- P.C. Plochg
- T. Bogers
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
