ECLI:NL:RBARN:2005:AT2939
Rechtbank Arnhem · 02-03-2005 · zaaknummer 103717
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van betrokkene niet kan worden gebruikt als een zo onafhankelijke verklaring dat zij doorslaggevend kan zijn in de procedure. De omstandigheid dat de verklaring onder ede is afgelegd en het feit dat gedaagden de gelegenheid hebben gehad betrokkene vragen te stellen tijdens het getuigenverhoor doet aan voorgaande niet af. Dit brengt mee dat de verklaring van betrokkene niet aangemerkt kan worden als aanvullend bewijs in de zin van artikel 164 lid 2 Rv. Door de tegenover elkaar staande verklaringen is niet komen vast te staan dat partijen op 22 januari 2002 een nieuwe (mondelinge) overeenkomst hebben gesloten.
Rechters
Advocaten
- F.A. Verberk-Elich
- L.P. Veldhuijzen
- M.F.G. Mulders
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
