ECLI:NL:RBARN:2005:AT2846
Rechtbank Arnhem · 03-02-2005 · zaaknummer 122557
Inhoudsindicatie
Vast staat dat eiser geen partij is geweest in de procedure die tot het vonnis heeft geleid, zodat zij in het kader van dit kort geding moet worden aangemerkt als “een derde” in de zin van artikel 438, lid 5 Rv. Dit artikel(lid) schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant (de vereniging piramide spelen) als de geëxecuteerde door de derde (eiser) dient te worden gedagvaard. Nu eiser heeft nagelaten betrokkene in dit kort geding (mede) te dagvaarden is aan voormeld vereiste niet voldaan, zodat eiser reeds op grond daarvan niet ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
