ECLI:NL:RBARN:2004:AS3449
Rechtbank Arnhem · 15-12-2004 · zaaknummer 116148
Inhoudsindicatie
Bewijsopdracht: De kern van het geschil gaat om de vraag waartoe het depotbedrag was bestemd en aan welke partij het bedrag toekomt. Het beroep op rechtsverwerking faalt, omdat enkel tijdsverloop daarvoor geen toereikende grondslag is en betrokkene niet heeft aangegeven om welke specifieke reden Van Zethenveld geen toedeling van het depotbedrag aan haar meer zou mogen vorderen. Hoewel Van Zethenveld niet de originele koopakte in het geding heeft gebracht met de daarbij behorende bijlage en ook overigens strikt grammaticaal beschouwd het afschrift van de bijlage die volgens Van Zethenveld bij de overeenkomst hoort niet aanstonds een begrijpelijk verband heeft met het depotbedrag, zal de rechtbank niettemin bij wijze van vermoeden aannemen dat een bedrag van f 20.000,- in depot is gehouden vanwege een tussen de partijen besproken winstverwachting voor Van Zethenveld. Het hiervoor aangenomen vermoeden mag betrokkene weerleggen en zij zal daarom worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
Rechters
Advocaten
- A.H.J. Cornelissen
- M.D. Farkas
- W.J.M. van Ophuizen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
