Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2004:AR6674

Rechtbank Arnhem · 20-10-2004 · zaaknummer 112746

Civiel rechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst is geen huurkoop. Naar het oordeel van de rechtbank strekt het product WinstVerDriedubbelaar niet tot (eigendoms-)overdracht van de aandelen. Aan het einde van de looptijd van de overeenkomst heeft de klant de keuze tussen verlenging van de overeenkomst, uitlevering van de aandelen onder aflossing van de lening of verkoop van de aandelen onder verrekening van de opbrengst met de lening en hetzij uitkering van het surplus, hetzij aflossing van de restschuld. Daarmee beantwoordt het product WinstVerDriedubbelaar niet aan de kenmerken van koop, die ziet op (eigendoms-) verkrijging door de koper, en daarmee evenmin aan die van huurkoop. In de tweede plaats betaalt de klant gedurende de looptijd van de overeenkomst met zijn maandtermijnen slechts rente over de lening. Hij lost niets van de lening af. Aan het einde van de looptijd is de lening nog even groot als aan het begin. Zou de klant op dat moment de aandelen willen verwerven, dan zou hij opnieuw en voor de volledige aankoopsom financiering moeten vinden. Dit betekent dat aan het product WinstVerDriedubbelaar het wezenskenmerk van koop op afbetaling ontbreekt, namelijk betaling van de koopsom in termijnen. Ook dat brengt mee dat er geen sprake is van huurkoop. De Winstverdriedubbelaar wijkt zozeer af van huurkoop, dat zij ook niet de strekking van huurkoop heeft (artikel 7A:1576h lid 2 BW): er is geen verplichting tot (eigendoms-)overdracht en er is geen sprake van afbetaling. De rechtbank, sector civiel, zal de zaak dan ook niet verwijzen naar de sector kanton. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de betekenis voor deze zaak van de Wet op het consumentenkrediet (hierna: de Wck) en de Richtlijn 87/102/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake het consumentenkrediet, Pb EG 1987 L 42/48, zoals gewijzigd bij de richtlijnen 90/88/EEG van 22 februari 1990, Pb EG 1990 L 61/14 en 98/7/EEG van 16 februari 1998, Pb EG 1998 L 101/17 (hierna: de Richtlijn). De Wck dient mede ter omzetting van de Richtlijn. In artikel 1 lid 2 aanhef en onder c Richtijn is het begrip “kredietovereenkomst” als volgt gedefinieerd: “een overeenkomst waarbij een kredietgever aan een consument in de vorm van uitstel van betaling, van een lening of van een andere soortgelijke financieringsregeling, krediet verleent of toezegt.” Deze definitie is naar het voorlopige oordeel van de rechtbank zo ruim, dat een overeenkomst als de WinstVerDriedubbelaar, waarin Dexia de klant met geleend geld in staat stelt te beleggen in aandelen, als een kredietovereenkomst moet worden aangemerkt. Dexia verleent immers aan de klant door middel van een lening krediet ter hoogte van de aankoopwaarde van de aandelen.

Rechters

Advocaten

  • O. Nijhuis

Partijen

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.