ECLI:NL:RBARN:2004:AP4257
Rechtbank Arnhem · 12-05-2004 · zaaknummer 82159
Inhoudsindicatie
Overeenkomstenrecht; Opzegging; De centrale vraag die de partijen verdeeld houdt is of de dealerovereenkomst door de opzegging met onmiddellijke ingang op 13 november 2000 door Nagel is geëindigd en of Nagel deswege schadeplichtig is. Vooropgesteld moet worden dat een overeenkomst als de onderhavige, waaromtrent de partijen niets (schriftelijk) hebben geregeld en waarbij zij (dus ook) niet in de mogelijkheid van opzegging hebben voorzien en er evenmin een wettelijke regeling op dat punt is, in beginsel door opzegging kan worden beëindigd. Of een opzegging in zodanig geval het beoogde resultaat heeft, moet worden beoordeeld aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval, welke eisen kunnen medebrengen dat opzegging slechts tot beëindiging leidt indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat (HR 3 december 1999 NJ 2000,120). Bovendien zal opzegging in beginsel moeten geschieden met inachtneming van een redelijke termijn, waarbij de wederzijdse belangen van de partijen en het gewicht van de redenen voor opzegging in aanmerking genomen dienen te worden (HR 21 april 1999 NJ 1995,437).
Advocaten
- H.C.J. Oomen
- P.A.J.M. Lodestijn
- P.C. Plochg
- W.J.G.M. van den Broek
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
