ECLI:NL:RBARN:2004:AP3599
Rechtbank Arnhem · 19-05-2004 · zaaknummer 102834
Inhoudsindicatie
Procesrecht; Ter comparitie van partijen heeft de advocaat van gedaagde gewezen op artikel 477a lid 2 Rv., waarin onder meer is bepaald dat de dagvaarding tot het doen van een gerechtelijke verklaring dient plaats te vinden binnen twee maanden na het afleggen van de verklaring en dat overschrijding van deze termijn deze bevoegdheid doet vervallen. De rechtbank gaat hier uit van de datum van de aanvullende verklaring van op (of kort na) 3 juni 2003. Gerekend vanaf deze datum was de dagvaarding op 28 juli 2003 tijdig. De rechtbank ziet geen aanleiding de verklaringen van de gedaagde, zowel in de beslagprocedure als ter comparitie van partijen onjuist te achten.
Rechters
Advocaten
- A. Robustella
- B.S. Stolwijk
- J.M.J. Huver
- T.J. van Veen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
