ECLI:NL:RBARN:2004:AP1363
Rechtbank Arnhem · 24-03-2004 · zaaknummer 100822 en 105155
Inhoudsindicatie
Y voert aan dat Z het paard bij hem heeft gestald en dat hij slechts houder voor Z is. X dient dan ook haar vordering niet tegen hem, maar tegen Z in te stellen. Als houder heeft hij met het geschil over de eigendom niets te maken. Y verzoekt de rechtbank de hoofdzaak en de bijzaak te voegen en hem “er tussen uit te laten vallen”. Nu hier sprake is van een geval van vrijwaring wegens uitwinning van een goed als bedoeld in artikel 212 Rv en Y en Z uitdrukkelijk hebben verzocht dat Z het verweer in de hoofdzaak overneemt, zal de rechtbank dit verzoek toestaan. Alle partijen zijn het er over eens dat Y slechts houder is van het paard en dat X en Z elkaar de eigendom daarvan betwisten. Derhalve zal de procedure in de hoofdzaak verder kunnen worden gevoerd tussen X en Z, met dien verstande dat Y overeenkomstig het bepaalde in artikel 212 Rv partij in het geding blijft.
Rechters
Advocaten
- E.R. Woolderink
- J.M.J. Huver
- K.J. Verrips
- O.F.J. Moorman van Kappen
- P.C. Plochg
- R.C. Vermeer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
