ECLI:NL:RBARN:2003:AH9620
Rechtbank Arnhem · 09-07-2003 · zaaknummer 05/090093-03
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: 1. hij in de periode van juli 2002 tot en met december 2002 te Nijmegen en/of Wijchen en/of Weurt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van flessentrekkerij, het niet betalen van bestelde goederen (326a Sr.) en/of oplichting (326 Sr.) en/of valsheid in geschrift (225 Sr.), althans het plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte (feitelijk) (mede-) oprichter en/of (feitelijk) (mede-) bestuurder was;
Advocaten
- F.E.J. Janzing
- P.A.M. Weijtmans
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
