ECLI:NL:RBARN:2003:AF4632
Rechtbank Arnhem · 14-02-2003 · zaaknummer Reg.nr.: AWB 01/564
Inhoudsindicatie
Anders dan bij art. 8 Wvg moet bij toepassing van art. 2 Wvg, indien sprake is van een vastgesteld bestemmingsplan, genoegzaam blijken dat het ten tijde van de vestiging van het voorkeursrecht bestaande gebruik afwijkt van de bij dat bestemmingsplan aan de gronden gegeven bestemming. Aanwijzing percelen eiseres ex art. 2 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) als percelen waarop de artt. 10 t/m 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn. In geschil is of aan de in art. 2 Wvg gestelde voorwaarde voor het vestigen van een voorkeursrecht (afwijkend gebruik) is voldaan. De wetsgeschiedenis van art. 2 Wvg wijst uit dat de wetgever het begrip afwijkend gebruik niet dermate beperkt heeft willen opvatten, dat de voorkeursregeling alleen tot toepassing zou kunnen komen wanneer sprake is van een bestemming voor wezenlijk andere gebruiksvormen, maar tevens toepasbaar moet worden geacht indien die bestemming voorziet in een beter of intensiever gebruik van de gronden dan het bestaande. Hiertoe is de oorspronkelijke redactie van art. 2.2 Wvg ook gewijzigd van "gebruik dat afwijkt van de bestemming" in "gebruik dat afwijkt van het plan". Mitsdien kan afwijkend gebruik volgen uit zowel de bestemming als de planvoorschriften. In casu kunnen evenwel noch in de aan de gronden gegeven globale bestemming met uitwerkingsplicht, noch in de in de planvoorschriften opgesomde bestemmings- en gebruiksdoeleinden, voldoende aanknopingspunten worden gevonden voor het oordeel dat sprake is van zo een afwijkend gebruik. Uit de toelichting bij de planvoorschriften kan niet worden afgeleid dat de toegekende bestemming voorziet in een beter dan wel intensiever gebruik van de in geding zijnde gronden dan thans het geval is. Art. 2 Wvg biedt geen ruimte om betekenis te hechten aan kwaliteit, verschijningsvorm en doelmatigheid van bestaande bebouwing. De rechtbank is dan ook van oordeel dat - anders dan bij toepassing van art. 8 Wvg - bij de vestiging van een voorkeursrecht voor onbepaalde tijd ex art. 2 Wvg indien sprake is van een vastgesteld bestemmingsplan, de rechtszekerheid met zich brengt dat uit concrete en toetsbare gegevens genoegzaam moet blijken dat het ten tijde van die vestiging bestaande gebruik afwijkt van de bij dat bestemmingsplan aan de betreffende gronden gegeven bestemming. Gegrond beroep. De raad van de gemeente Arnhem, verweerder. mr. F.H. de Vries
Rechters
Advocaten
- G.J.M. van der Bijl
- J.W. van der Linde
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Arnhem
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Arnhem
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
