Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2002:AE3407

Rechtbank Arnhem · 27-05-2002 · zaaknummer Reg.nr. AWB 00/308 WAO

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Zonder meer gelijkstellen van bevallingsverlof met ziekte leidt tot discriminatie; art. 19 WAO in strijd met art. 4.1 Richtlijn 79/7. Verwijzing naar Wet arbeid en zorg (inw.treding 1 december 2001). Ingaande 9 november 1998 is eiseres een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend. Verweerder heeft de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof meegeteld bij de wachttijd. Rechtbank: Het zonder meer gelijkstellen van bevallingsverlof met ziekte leidt tot discriminatie omdat daardoor ongelijke gevallen gelijk worden behandeld. Een vrouwelijke werknemer wordt in deze periode automatisch als ziek aangemerkt. Daardoor wordt een zwangere en in beginsel niet zieke vrouw gelijk behandeld als een zieke man en een zieke niet-zwangere vrouw. Dit betekent dat de periode gedurende welke eiseres ziekengeld in verband met bevalling ex art. 29a, eerste en vijfde lid, ZW heeft ontvangen in beginsel niet mag worden meegeteld bij de berekening van de 52-weken-termijn van art. 19 van de WAO. Dit is slechts anders indien de betrokkene onmiskenbaar en door een andere oorzaak dan de zwangerschap ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid. Die situatie doet zich in het onderhavige geval niet voor. Het oordeel dat het meetellen van de periode van zwangerschapsverlof bij het bepalen van de 52-weken termijn een ontoelaatbare discriminatie van zwangere vrouwen oplevert wordt blijkens de op 1 december 2001 in werking getreden wet Arbeid en Zorg gedeeld door de wetgever. Ingevolge die wet wordt de periode waarin de vrouw zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten niet langer meer in aanmerking genomen voor de berekening van de periode van 52 weken van art. 19 van de WAO. Daarbij heeft de wetgever, juist onder verwijzing naar - onder meer - het Mary Brown-arrest, overwogen dat het, gelet op het doel van de arbeidsongeschiktheidsregelingen niet goed is te motiveren dat een periode waarin een zwangerschaps- of bevallingsuitkering is ontvangen meetelt voor de wachttermijn. De zwangerschaps- of bevallingsuitkering, die overigens in de wetsvoorstellen uit de ZW wordt gelicht en als een aparte, zelfstandige "uitkering" in de Wet Arbeid en Zorg wordt opgenomen, is verbonden aan een verlofrecht. Er hoeft geen sprake te zijn van eventuele medische arbeidsongeschiktheid, aldus de wetgever (kamerstukken 1999-2000, 27 208, nr. 5, pag. 9). Ten overvloede merkt de rechtbank nog op, dat een eventuele (al dan niet zwangerschapsgerelateerde) arbeidsongeschiktheid van een werkneemster ná het zwangerschaps- en bevallingsverlof bij de wachttijd kan worden meegenomen. Beroep gegrond. Verweerder dient nieuw besluit te nemen. Raad van Bestuur van het UWV, verweerder. mrs. F.H. de Vries, D.J. Post, P.E.M. Messer-Dinnissen

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.