Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2002:AE1792

Rechtbank Arnhem · 07-01-2002 · zaaknummer AWB 00/327 OSV

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Administrateur van bedrijfspensioenfonds is ter zake van de vaststelling van verplichte deelname aan bedrijfspensioenfonds aan te merken als bestuursorgaan. Mededeling aan eiseres (technisch handelsbureau) dat naar aanleiding van een werkingssfeeronderzoek is geconcludeerd dat eiseres ressorteert onder het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaal- en Technische bedrijfstakken en dat een verplichting tot deelneming bestaat. Verweerder is met betrekking tot haar mededeling aan eiseres opgetreden als administrateur van dit bedrijfspensioenfonds. Verweerder dient naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als een verlengstuk van het bedrijfspensioenfonds en is dientengevolge ook te beschouwen als een administratief orgaan, welke (mede) de publieke taak van dit pensioenfonds vervult (de rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 10 december 1999, NJ 2000/8). Een beslissing van verweerder heeft in die zin dan ook te gelden als ware het een beslissing van het bedrijfspensioenfonds zelf. Ten tijde hier in geding gold de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (wet van 17 maart 1949, Stb 121, hierna: Wet Bpf). Ten aanzien van de Metaal- en Technische bedrijfstakken heeft de minister gebruik gemaakt van de bevoegdheid ingevolge art. 3 Wet Bpf om het deelnemen in het bedrijfspensioenfonds verplicht te stellen. Hoewel zulks niet expliciet in de Wet Bpf is opgenomen, is de rechtbank van oordeel dat de uitvoering van de door de minister uitgesproken verplichtstelling berust bij het betreffende bedrijfspensioenfonds. Daar waar premie in zijn algemeenheid een klassieke contraprestatie kan worden genoemd voor de te verlenen dekking (risico-overdracht) door een verzekeraar (waaronder het bedrijfspensioenfonds), waardoor een geschil over de (hoogte van) de premiebetaling in zijn natuur als privaatrechtelijk moet worden aangemerkt, dient te worden geoordeeld dat het bedrijfspensioenfonds, waar zij (door middel van een werkingssfeeronderzoek) vaststelt of al dan niet feitelijk een verplichte deelname bestaat, haar bevoegdheid ontleent aan eerdergenoemde Wet Bpf. Het bedrijfspensioenfonds, en daarmee verweerder is, bij zulk een vaststelling met enig openbaar gezag bekleed en dient te worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, onder b, Awb. Verweerder heeft dit ten onrechte niet onderkend. Stichting MN Services, verweerder. mr. W.F. Bijloo Awb 1:1.1, 1:3.1 Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds 3 Ministeriële Beschikking van 31 december 1969

Rechters

Advocaten

  • H.W. Bemelmans
  • R.A.A. Duk

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.