Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2001:AB2692

Rechtbank Arnhem · 22-06-2001 · zaaknummer AWB 99/2467 FINLO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst met vervanger aangegaan een maand voor het verlof, moet worden aangemerkt als "vervanging" in de zin van de Wet Finlo. Afwijzing verzoek om financiële tegemoetkoming in verband met door eiser op te nemen ouderschapsverlof. Verweerder heeft hierbij overwogen dat eisers vervanger in de periode waarin eiser ouderschapsverlof heeft opgenomen niet voor minimaal hetzelfde aantal uren werkzaam is als het aantal uren waarvoor eiser bedoeld verlof heeft opgenomen, zodat niet aan de voorwaarde als bedoeld in art. 2.2.e Wet Finlo is voldaan. Rechtbank: Ingevolge art. 2.2 aanhef en onder e, Wet Finlo dient de werkgever met de vervanger een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst af te sluiten voor ten minste de periode en het aantal uren dat de verlofganger verlof opneemt. Ten aanzien van het moment waarop de arbeidsovereenkomst met de vervanger moet ingaan, is het moment van verlofopname van belang. Op de voet van onderdeel f van art. 2.2 mag de arbeidsovereenkomst met de vervanger niet eerder aanvangen dan een maand voor en niet later dan een maand na de aanvang van het verlof. Anders dan verweerder kennelijk meent, is de rechtbank van oordeel dat uit het voorgaande dient te worden opgemaakt dat een arbeidsovereenkomst met een vervanger, aangegaan een maand voor de aanvang van het verlof, moet worden aangemerkt als „vervanging" in de zin van de Wet Finlo. De rechtbank vindt (a contrario) steun voor haar oordeel in de MvT bij de Wet Finlo (kamerstukken 25 477, nr. 3, pag. 10), waarbij met zoveel woorden wordt aangegeven dat een arbeidsovereenkomst die wordt aangegaan in een andere periode dan vorenbedoelde periode rond het verlof, géén vervanging vormt in de zin van de Wet Finlo. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat gezien vorenstaande geen ruimte voor het standpunt van verweerder dat de redactie van artikel 2.2.e Wet Finlo met zich brengt dat de te vervangen uren enkel en alleen kunnen worden ingevuld in dezelfde periode als die waarover het verlof zich uitstrekt. Immers, nu ook de voorafgaand aan de daadwerkelijke aanvang van het verlof met vervanger overeengekomen arbeidsduur als vervangen uren moeten worden aangemerkt, kan het niet anders zijn dan dat deze uren in beginsel moeten worden meegenomen bij de berekening van de totale omvang van de vervanging. Eisers stellingen treffen echter op een andere grond geen doel. In art. 2.2.e Wet Finlo is immers tevens bepaald dat de arbeidsovereenkomst met vervanger voor ten minste 18 uur per week moet zijn aangegaan, wil er sprake zijn van vervanging als bedoeld in deze regeling. Als reden hiervoor is in de MvT niet alleen vermeld dat een arbeidsomvang van minder uren voor een vervanger niet aantrekkelijk zal zijn, doch dat het dienstverband van de vervanger ook een substantiële omvang moet hebben wil het doel van de regeling, het bevorderen van de arbeidsinpasbaarheid van de werkzoekenden en arbeidsongeschikten, kunnen worden bereikt. Bovendien heeft de wetgever het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit gehanteerd, hetgeen eveneens impliceert dat de uitkeringsbesparing enige substantialiteit dient te vertonen. De rechtbank stelt op grond van de gedingstukken vast dat de arbeidsovereenkomst met de vervanger van eiser in eerste instantie is aangegaan voor een arbeidsduur van 7 uur per week in de maand juni 1999. Een arbeidsduur van een dergelijke omvang kan niet worden aangemerkt als een vervanging als bedoeld in de Wet Finlo, zodat deze uren ook niet kunnen worden meegenomen bij de berekening van de totale omvang van de vervanging. Dit is wel het geval voor zover de arbeidsduur nadien nader is vastgesteld op 27 uur per week over de maanden juli en augustus 1999, doch deze uren zijn tezamen opgeteld te gering in aantal om de door eiser opgenomen verlofuren te kunnen compenseren. Beroep ongegrond. Lisv, verweerder. mr. M.E. Snijders

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.