ECLI:NL:RBARN:2000:AA6382
Rechtbank Arnhem · 04-05-2000 · zaaknummer 99/373 en 00/165
Inhoudsindicatie
Het enkele vermoeden dat een poging tot zelfdoding is ondernomen, is onvoldoende om overgifte van het rijbewijs te vorderen c.q. de geldigheid ervan te schorsen. Geen sprake van door psychiater onrechtmatig verkregen informatie van huisarts van eisers echtgenote. 1. Gelasting geschiktheidsonderzoek tot het besturen van een motorrijtuig en schorsing geldigheid rijbewijs op de grond dat eiser blijkens het op ambts-eed opgemaakte proces-verbaal heeft verklaard dat hij met zijn auto een poging tot zelfdoding heeft ondernomen. Het in art. 130.1 WvW 1994 bedoelde vermoeden dient niet te worden gebaseerd op het vermoeden dat er sprake is geweest van een poging tot zelfdoding, maar op het feit dat zich een dergelijke poging heeft voorgedaan gelet op art. 5.b van de Regeling waarin is bepaald dat vordering van het rijbewijs plaatsvindt in het geval dat de betrokkene een poging tot zelfdoding heeft ondernomen. I.c. heeft verweerder kunnen aannemen dat eiser een poging tot zelfdoding heeft ondernomen. Bij de voorbereiding van het bestreden besluit was verweerder niet gehouden nader onderzoek te verrichten m.b.t. de vraag of eiser werkelijk een serieus en duurzaam voornemen tot zelfdoding had. Ook al zou nader onderzoek uitwijzen dat eiser onder normale omstandigheden geen serieus voornemen tot zelfdoding had, dan zou dit niet uitsluiten dat eiser een dergelijk voornemen wederom zou krijgen indien zich dezelfde combinatie van omstandigheden (relatieproblemen, aanmerkelijke inname van alcohol en het besturen van een auto) zou voordoen als die zich thans ten tijde van het ongeval heeft voorgedaan. 2. Ongeschiktheidsverklaring besturen motorrijtuigen en ongeldigverklaring rijbewijs op de grond dat blijkens het psychiatrisch rapport bij eiser sprake was van psychische problematiek alsmede van misbruik van alcohol en mogelijk misbruik van cocaïne. De psychiater heeft de mondeling door de huisarts van eisers echtgenote verstrekte informatie bij de beoordeling kunnen betrekken, nu niet valt in te zien dat deze informatie op onrechtmatige wijze is verkregen. Voor zover dat wel het geval is, is het gebruik van die informatie slechts dan niet toegestaan indien deze is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. I.c. is dat niet het geval. Beroepen ongegrond. De Minister van Verkeer en Waterstaat, verweerder. mr. J.J. Catsburg Wegenverkeerswet 1994 130.1, 131.1, 131.3.a, 134.3 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2, 5, 6.2, 7, 12, bijlage 1.B, norm 8.8
Rechters
Advocaten
- B.F.M. Bos
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Verkeer en Waterstaat
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Verkeer en Waterstaat
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
