ECLI:NL:RBAMS:2026:7764
Rechtbank Amsterdam · 29-07-2026 · zaaknummer 13-133830-26
Inhoudsindicatie
Executie-EAB uit Polen. Na tussenuitspraak om aanvullende vragen te laten stellen over de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon als bedoeld in artikel 12 OLW in twee vonnissen (van de in totaal 7), te weten of de opgeëiste persoon ervan in kennis is gesteld dat de adresinstructie waarvoor hij op 1 augustus 2016 heeft getekend zich ook uitstrekte over de procedure in hoger beroep en over een eventuele omzettingsbeslissing. In de tussenuitspraak van 23 juni 2026 al is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de (dubbele) strafbaarheid van de feiten en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW ten aanzien van het verzamelarrest en de onderliggende beslissingen 2, 3, 4 en 5. Uit de aanvullende informatie blijkt niet dat de opgeeiste persoon ervan in kennis is gesteld dat de adresinstructie zich ook uitstrekt over een eventueel hoger beroep of een omzettingsprocedure. Artikel 11 OLW: verwerping van het verweer dat de opgeëiste persoon heeft te vrezen voor schending van zijn grondrechten. Er is geen algemeen gevaar vastgesteld voor executie-EAB's in Polen. Overlevering weigeren voor de omzettingsbeslissing en onderliggend vonnis 1 en voor het overige toestaan.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- N. Lemmers
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
