ECLI:NL:RBAMS:2026:7528
Rechtbank Amsterdam · 04-03-2026 · zaaknummer C/13/772590
Inhoudsindicatie
Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] gedurende minimaal twaalf maanden diensten/producten aan RB zou aanbieden. [gedaagde] zou daarvoor via een automatische incasso € 9.990 exclusief BTW per maand bij RB in rekening brengen. Hoewel partijen bij aanvang uitgingen van een samenwerking van minimaal twaalf maanden, is hun samenwerking feitelijk al na vijf maanden geëindigd. RB heeft op een gegeven moment de betalingen aan [gedaagde] stopgezet en [gedaagde] heeft vervolgens haar werkzaamheden voor RB stilgelegd. RB vordert in conventie betaling van de reeds door haar betaalde facturen, omdat zij de overeenkomst met RB rechtsgeldig stelt te hebben ontbonden, vernietigd dan wel opgezegd. [gedaagde] betwist dat RB de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, vernietigd of opgezegd en vordert in reconventie betaling van de (achterstallige) maandelijkse vergoedingen. De vordering in conventie zal bij eindvonnis worden afgewezen. De rechtbank heeft in het kader van de vordering in reconventie nog een aantal vragen en zal partijen in de gelegenheid stellen om deze te beantwoorden. Dit betreft dus een tussenvonnis.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
