ECLI:NL:RBAMS:2026:7298
Rechtbank Amsterdam · 15-07-2026 · zaaknummer C/13/762712
Inhoudsindicatie
Vorderingen eiser worden afgewezen. Vorderingen gegrond op schending van de zorgplicht bij beleggingsdienstverlening, omdat primair het beroep op verjaring en subsidiair het beroep op de schending van de klachtplicht van ABN AMRO slaagt. Vorderingen die verband houden met (volgens eiser ten onrechte) niet-uitgevoerde betaalopdrachten in lijn met eerdere vonnissen van voorzieningenrechter. Vordering met betrekking tot opzegging bankrelatie ook in lijn met deze eerdere vonnissen en op grond van vertrouwensbreuk. Toewijzing van vergoeding van de werkelijke proceskosten, onder meer omdat vorderingen van eiser erop gericht zijn om ABN AMRO tot uiterste te schaden en hij daarmee misbruik maakt van bevoegdheid.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
