ECLI:NL:RBAMS:2026:7073
Rechtbank Amsterdam · 30-06-2026 · zaaknummer 26-003486
Inhoudsindicatie
Vordering ex artikel 5.2.4, derde lid, Sv inzake verlof voor definitieve terbeschikkingstelling van stukken die zijn vergaard met gebruikmaking van enige strafvorderlijke bevoegdheid aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van het onderzoek van een gemeenschappelijk onderzoeksteam. De vordering ziet uitsluitend op de processen-verbaal van verhoor van de betrokkene en de daarbij gevoegde bijlagen Met de woorden “indien van toepassing” in artikel 5.2.4, derde lid, Sv wordt verwezen naar de gevallen waarvoor op grond van artikel 5.1.10, derde lid, Sv verlof is vereist. In de onderhavige procedure gaat het niet om stukken zoals bedoeld in artikel 5.1.10, derde lid, Sv. De rechtbank verklaart de officieren van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
