Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2026:6153

Rechtbank Amsterdam · 18-06-2026 · zaaknummer 13-102039-26

StrafrechtGepubliceerd 17-06-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB Spanje; artikel 2 OLW: verweer op genoegzaamheid verworpen; artikel 11 OLW: geen algemeen gevaar voor een schending van het recht op een eerlijk proces; verzoek om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU afgewezen; overlevering toegestaan. De rechtbank in Malaga (Spanje) heeft op 24 maart 2026 een Europees aanhoudingsbevel (“EAB”) uitgevaardigd, dat strekt tot aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon. De overlevering wordt verzocht vanwege feiten die verband houden met deelneming aan een criminele organisatie en het witwassen van de opbrengsten van misdrijven. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank van Amsterdam staat in haar beslissing van 18 juni 2026 de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje toe. De rechtbank is van oordeel dat het EAB genoegzaam is. Ook is de rechtbank van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer, dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB omdat (kort gezegd) er sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces, faalt. Voor zover er sprake is geweest van onrechtmatige toepassing van bevoegdheden of andere onrechtmatigheden in het vooronderzoek, is dit een kwestie die in de Spaanse procedure zal moeten worden beoordeeld. Het uitgangspunt is het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten. De rechtbank beschikt niet over gegevens waaruit volgt dat er een algemeen gevaar bestaat dat verdachten in strafrechtelijke procedures geen eerlijk proces krijgen in Spanje. Daarom komt de rechtbank niet toe aan de vraag is of er sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon. Tot slot ziet de rechtbank in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen reden om de zaak aan te houden en prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. On 24 March 2026, the Court in Málaga (Spain) issued a European Arrest Warrant (“EAW”), seeking the arrest and surrender of the requested person. Surrender is requested in connection with offences relating to participation in a criminal organization and the laundering of the proceeds of crime. In its decision of 18 June 2026, the International Legal Assistance Division of the District Court of Amsterdam authorized the surrender of the requested person to Spain. The Court held that the EAW contains sufficient information for the purposes of the surrender proceedings. The Court further rejected the defence submission that execution of the EAW should be refused on the ground that the requested person’s right to a fair trial had allegedly been infringed. The Court considered that any alleged unlawful exercise of investigative powers or other irregularities during the pre-trial investigation should be assessed within the criminal proceedings before the Spanish courts. The foundation of surrender law is the principle of mutual trust between the Member States. The Court has no evidence of a general risk that suspects in criminal procedures will not receive a fair trial in Spain. Consequently, the Court does not proceed to assess whether such a concrete risk exists for the requested person. Lastly, the Court held that the arguments advanced by the defence did not justify staying the proceedings and making a request for a preliminary ruling to the Court of Justice of the European Union.

Advocaten

Officier van justitie

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.