ECLI:NL:RBAMS:2026:4106
Rechtbank Amsterdam · 22-04-2026 · zaaknummer C/13/743894 / HA ZA 23-1141
Inhoudsindicatie
Schiphol en BN-TAV hebben in 2018 een contract gesloten voor de bouw van de A-pier. Tijdens de bouw zijn verschillende problemen ontstaan. Schiphol heeft het contract in november 2021 tussentijds beëindigd voordat het werk af was. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 30 juli 2025 geoordeeld dat Schiphol het contract niet mocht beëindigen op de door Schiphol aangevoerde gronden. Schiphol is daarmee tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van het contract. Ook heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 30 juli 2025 vermeld hoe de zaak verder gaat. Zoals daarin is aangekondigd, stelt de rechtbank in dit vonnis de methodiek vast op basis waarvan partijen financieel met elkaar moeten afrekenen. De rechtbank concludeert dat die methodiek is gebaseerd op artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek.
Advocaten
- G.W. van der Bend
- I. de Groot
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
