ECLI:NL:RBAMS:2026:3400
Rechtbank Amsterdam · 18-03-2026 · zaaknummer 99/001012-44
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie, die strekt tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor een periode van 240 dagen, dient te worden afgewezen. Op grond van artikel 6:2:12, eerste lid, onder d, Sv (oud) kan (onder meer) een invrijheidstelling worden uitgesteld of achterwege blijven, indien door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt dan wel indien veroordeelde zich niet bereid verklaart de voorwaarden na te leven. De reclassering heeft gerapporteerd dat de veroordeelde overkomt als zelfredzaam en zelfbepalend, dat hij geen hulpvraag heeft en dat zij geen meerwaarde zien in de oplegging van bijzondere voorwaarden waar de reclassering toezicht op kan houden. Gelet op dit advies is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een weigeringsgrond op grond van artikel 6:2:12 lid 1 sub d Sv, op basis waarvan de v.i. van de veroordeelde kan worden uitgesteld.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- Z. Trokic
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
