ECLI:NL:RBAMS:2026:3300
Rechtbank Amsterdam · 02-04-2026 · zaaknummer 13-259988-25
Inhoudsindicatie
Vervolgings-EAB uit Polen. Na tussenuitspraak voor het opvragen in het kader van artikel 6a OLW van informatie van de IND en een terugkeergarantie. Artikel 6a OLW: opgeëiste persoon kan gelijk gesteld worden met een Nederlander. Artikel 9 OLW: feiten zijn niet verjaard. Artkel 11 OLW: De rechtbank komt terug op de tussenuitspraak van 18 februari 2026 en oordeelt dat het reeds vastgestelde algemene gevaar niet door de verstrekte detentiegarantie is weggenomen. Omdat de beslistermijn is verstreken op 5 maart 2026 ziet de rechtbank thans echter geen grond meer om in deze zaak een redelijke termijn te stellen. De rechtbank geeft geen gevolg aan het EAB en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk.
Advocaten
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- N. Lemmers
officier van justitie
- W.L.M. van Poll
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
