ECLI:NL:RBAMS:2026:3295
Rechtbank Amsterdam · 03-03-2026 · zaaknummer 13-031259/22
Inhoudsindicatie
Verschoningsrecht. Tussenbeslissing n.a.v. het beklag op grond van artikel 98, vierde lid, in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat nu de klagers – na inzage te hebben gehad in de digitale dossiers – stellen concrete informatie te hebben dat onder de sporen ook gegevens zitten van cliënten die niets met de strafzaak te maken hebben, moet worden nagegaan of zich tussen de gegevens ook gegevens van die derden bevinden en of die er niet uitgefilterd kunnen worden. Als dat laatste niet het geval is, moet worden afgewogen of bij verstrekking van de gegevens met die namen de desbetreffende cliënten onevenredig in hun belangen worden getroffen en of dit aan verstrekking in de weg staat.
Rechters
Officier van justitie
- A. Kerckhoff
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
