ECLI:NL:RBAMS:2026:3157
Rechtbank Amsterdam · 24-03-2026 · zaaknummer 13-248279-25
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak inzake vervolgings- en executie-EAB uit Griekenland. Rechterlijke autoriteit. Voornemen om prejudiciële vragen te stellen ten aanzien van de effectieve rechterlijke bescherming omdat onvoldoende duidelijk is of het Griekse rechtsstelsel die bescherming biedt bij de uitvaardiging van een vervolgings-EAB. Uit de antwoorden die de rb van de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft verkregen, komt naar voren dat in het Griekse rechtstelsel geen rechterlijke toets plaatsvindt van de proportionaliteit en/of evenredigheid van de beslissing tot het uitvaardigen van een EAB. In ieder geval blijkt niet dat een dergelijke toets heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen om partijen zich te laten uitlaten over de te stellen prejudiciële vragen. De rb heeft over deze kwestie reeds in een eerdere zaak prejudiciële vragen heeft gesteld aan het HvJ EU. De rb zal in deze zaak eveneens prejudiciële vragen stellen omdat in deze zaak de mogelijkheid bestaat om het HvJ EU te verzoeken de prejudiciële verwijzing te behandelen volgens de spoedprocedure (omdat de OP gedetineerd is). Voornemen om ten aanzien van artikel 12 OLW partieel te weigeren. Beslissing ten aanzien van de Griekse detentieomstandigheden aangehouden tot het moment dat meer duidelijkheid bestaat over een daadwerkelijke overlevering.
Officier van justitie
- A. Keulers
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
