ECLI:NL:RBAMS:2026:2708
Rechtbank Amsterdam · 03-03-2026 · zaaknummer 11735642 CV EXPL 25-8027
Inhoudsindicatie
Huurder huurde vanaf oktober 2020 een woning in [woonplaats] van een onderverhuurder. In februari 2023 eindigde de onderhuurovereenkomst. Huurder huurt per februari 2023 de woning rechtstreeks van verhuurder. Partijen hebben daartoe een nieuwe huurovereenkomst gesloten. Verhuurder vordert in deze procedure betaling van huurachterstand, bestaande uit geïndexeerde huur en twee onbetaald gelaten huurtermijnen. Huurder voert het verweer dat zij de nieuwe huurovereenkomst onder druk van verhuurder en met een onjuiste voorstelling van zaken heeft getekend. Zij wenst vast te houden aan de oude onderhuurovereenkomst en stelt dat sprake is van all-inhuurprijs. Volgens huurder mocht verhuurder de huur dan ook niet indexeren. Daarnaast betwist huurder dat sprake is van een huurachterstand. Huurder vordert splitsing van de huurprijs, huurprijsvermindering en betaling van schadevergoeding. De verweren van huurder slagen niet. De kantonrechter is van oordeel dat huurder gebonden is aan de huurovereenkomst die zij met verhuurder heeft gesloten. Zij moet de huurachterstand, inclusief geïndexeerde huur, aan verhuurder betalen. De tegenvorderingen van huurder worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
