ECLI:NL:RBAMS:2026:2640
Rechtbank Amsterdam · 10-03-2026 · zaaknummer 13/347413-25
Inhoudsindicatie
Executie-EAB uit Polen (EAB I). Tussenuitspraak. Artikel 2 OLW: omdat samenhang lijkt te bestaan tussen het feit in onderdeel e) van EAB I en het derde feit in onderdeel e) van EAB III, en mogelijk dus sprake is van een overlap ten aanzien van deze feiten, verzoekt de rechtbank aan de officier van justitie om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Artikel 12 OLW: in verband met onduidelijkheden rondom de adresinstructie, verzoekt de rechtbank aan de officier van justitie om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. In afwachting van de beantwoording van genoemde vragen heropent en schorst de rechtbank het onderzoek voor onbepaalde tijd. Artikel 11 OLW en artikel 47 Handvest van de grondrechten van de EU: door de verdediging is niet aangetoond dat sprake is van een individueel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Daarom bestaat er geen aanleiding om aanvullende gegevens op te vragen. Poolse detentieomstandigheden: nu van een algemeen gevaar voor Poolse gedetineerden geen sprake is, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon.
Advocaten
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
