ECLI:NL:RBAMS:2026:146
Rechtbank Amsterdam · 15-01-2026 · zaaknummer 81/311215-21
Inhoudsindicatie
Een 64-jarige man wordt veroordeeld voor het gewoontewitwassen van een totaalbedrag van € 1.310.365 over een periode van meerdere jaren door contante geldbedragen te storten op bankrekeningen van hemzelf of aan hem gelieerde vennootschappen. De rechtbank acht het standpunt van de verdediging dat het geld afkomstig is uit de verkoop tegen contant geld van (grotendeels) privébezittingen, zoals (klassieke) auto’s, kunst en antiek, niet aannemelijk. Wel spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van het medeplegen van het gewoontewitwassen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 6 maanden en een taakstraf van 240 uren. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met 41 maanden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte is de gevangenisstraf lager dan door de officier is geëist.
Advocaten
Officier van justitie
- B.B.A. Frakking
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
