ECLI:NL:RBAMS:2026:1416
Rechtbank Amsterdam · 27-01-2026 · zaaknummer 96-296063-25
Inhoudsindicatie
Beslissing op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De klager stelt op 7 november 2025 zijn rijbewijs bij de politie te hebben ingeleverd hetgeen de officier van justitie niet heeft weersproken. Van ‘invordering’ als bedoeld in artikel 164, zesde lid van de Wegenverkeerswet 1994 is sprake wanneer het rijbewijs naar aanleiding van een vordering tot overgifte conform artikel 164, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 door de in die bepaling genoemde personen (onder anderen ambtenaren van politie) of het Openbaar Ministerie daadwerkelijk is ontvangen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de mededeling dat de klager zijn rijbewijs op 7 november 2025 bij de politie heeft ingeleverd. De officier van justitie heeft op 30 december 2025 beslist het rijbewijs in te houden en aldus niet binnen tien dagen na de dag van de invordering. Het rijbewijs moet daarom volgens het bepaalde in artikel 164, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, aan de klager worden teruggegeven.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- C. Nij Bijvank
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
