Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2025:8836

Rechtbank Amsterdam · 28-10-2025 · zaaknummer C/13/773734

Civiel rechtGepubliceerd 18-11-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Corporate law. The Dutch claimant (Batavia Biopharma BV, BBP) and the Korean defendant (CJ Cheiljedang Corporation, CJ) are the shareholders of biopharmaceutical company Batavia Biosciences BV (co-defendant, the Company), which is also domiciled in the Netherlands. In these proceedings, BBP claims that is entitled under the Shareholders’ Agreement, the Company’s Articles of Association and Dutch corporate law to effectively appoint persons of its choosing as non-executive directors at the Company. CJ disputes this claim. The NCC Court in Summary Proceedings first determines whether the requirements for the Court’s jurisdiction have been met (Article 1.3.4 NCC Rules of Procedure) and whether Dutch law governs the dispute. It rules in the affirmative: 1) The dispute focuses on the performance of a shareholders’ agreement, not on other issues such as the nullity of a board decision (Article 24(2) Brussels 1bis Regulation). Also, the relief requested (the appointment of a director) is not within the exclusive jurisdiction of the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal. 2) The internationality requirement (Article 32a Dutch Code of Civil Procedure, DCCP) is met, as CJ is domiciled outside of the Netherlands. 3) No issues regarding the public interest or directly affecting third parties are presented here and the ‘party autonomy rule’ (article 32a DCCP) is satisfied. The mere fact that mandatory provisions of corporate law may apply here, in one way or another, does not render this dispute out of the NCC’s scope. 4) The Company’s statutory seat is in the Netherlands and Dutch law therefore provides the rules on the internal organisation of the Company. At the hearing the parties requested the Court to confer with the Enterprise Chamber on potential independent candidates who may be willing to serve as non-executive directors at the Company. Subsequently, the parties reached an arrangement. The Court is satisfied that they understand the arrangement and are comfortable with it. The appointment of directors is an appropriate form of relief in summary proceedings. The Court appoints the two persons nominated to serve as non-executive directors at the Company. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Vennootschapsrecht. Eiseres (Batavia Biopharma BV, hierna: BBP) en de Koreaanse gedaagde (CJ Cheiljedang Corporation, hierna: CJ) zijn de aandeelhouders van de onderneming Batavia Biosciences BV (medegedaagde in deze procedure en werkzaam in de biofarmaceutische industrie, hierna: de Onderneming). BBP stelt in deze procedure dat zij op basis van de aandeelhoudersovereenkomst, de statuten en Nederlands vennootschapsrecht het recht heeft om een niet-uitvoerend bestuurder te benoemen. CJ bestrijdt dit. De voorzieningenrechter van de NCC beoordeelt eerst of aan de bevoegdheidsvereisten is voldaan (artikel 1.3.4 van het NCC procesreglement) en of Nederlands recht op het geschil van toepassing is. Volgens de voorzieningenrechter is dat het geval: 1) het geschil ziet op de nakoming van een aandeelhoudersovereenkomst, niet op andere kwesties zoals de nietigheid van een bestuursbesluit (artikel 24 lid 2 Brussel 1bis verordening). Ook behoort de gevraagde maatregel (benoeming van een bestuurder) niet tot de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer. 2) aan de eis van internationaal karakter (art. 32a Rv) is voldaan: CJ is gevestigd buiten Nederland. 3) het gaat hier niet om kwesties die raken aan het algemeen belang of die direct belangen van derden raken, zodat aan het vereiste van “ter vrije bepaling van partijen” (art. 32a Rv) is voldaan. Het enkele feit dat dwingend vennootschapsrecht mogelijk van toepassing is, betekent niet dat dit geschil valt buiten de bevoegdheid van de NCC. 4) de statutaire zetel van de Onderneming bevindt zich in Nederland en dus is Nederlands recht van toepassing op de interne organisatie van de Onderneming. Tijdens de zitting verzochten partijen de voorzieningenrechter om te overleggen met de Ondernemingskamer over potentiële kandidaten voor de positie van niet-uitvoerend bestuurder van de Onderneming. Vervolgens hebben partijen een schikking getroffen die zij begrijpen en waarmee zij kunnen instemmen. De benoeming van een bestuurder is een maatregel die door een voorzieningenrechter kan worden getroffen. De voorzieningenrechter benoemt vervolgens de twee voorgedragen personen als niet-uitvoerend bestuurder van de Onderneming.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.