ECLI:NL:RBAMS:2025:8112
Rechtbank Amsterdam · 17-09-2025 · zaaknummer 11822237 \ KK EXPL 25-512
Inhoudsindicatie
Mondeling vonnis in kort geding. Huurder heeft bij aanvang van de huurovereenkomst toegezegd de woning te verlaten als de dochter van verhuurder in de woning zou willen wonen. Huurder heeft dat bij verlenging van de huurovereenkomst ook steeds bevestigd. Huurder weigert de woning nu echter te verlaten. Verhuurder vordert daarom dat de woning wordt ontruimd. Tussen partijen is niet in geschil dat een beroep op de diplomatenclausule niet (meer) mogelijk is. De kantonrechter oordeelt dat de omstandigheid dat huurder heeft toegezegd dat zij de woning bij het einde van de huurovereenkomst zal verlaten onvoldoende is om aan te nemen dat zij afstand heeft gedaan van de (dwingendrechtelijke) huurbescherming horend bij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarnaast is het onvoldoende duidelijk of sprake is van dringend eigen gebruik. Daarvoor is nader onderzoek nodig en daarvoor is in dit kort geding geen ruimte.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
