ECLI:NL:RBAMS:2025:3048
Rechtbank Amsterdam · 09-04-2025 · zaaknummer AMS 24/1631
Inhoudsindicatie
Woo. [naam 1]-rapport. MHB-arrest. Verschoningsrecht als weigeringsgrond. Verweerder had het gehele Rapport niet zonder nadere motivering integraal mogen weigeren. Voor wat betreft de hoofdstukken 2 en 3 van het Rapport zijn de door verweerder aangevoerde weigeringsgronden als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Echter voor wat betreft hoofdstuk 1 is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat openbaarmaking van dit hoofdstuk daadwerkelijk het vertrouwen van de gesprekspartners schaadt. Dit hoofdstuk is vooral feitelijk en planmatig van aard, waardoor niet aannemelijk is dat bij openbaarmaking van dit specifieke hoofdstuk het goed functioneren van de Tweede Kamer als werkgever in het geding komt. Het vertrouwen van de gesprekspartners valt te koppelen aan de door hen gedane uitspraken en de situatieschetsen, maar ziet niet op de onderzoeksopzet van het Rapport. De toegepaste weigeringsgronden kunnen de weigering tot openbaarmaking van hoofdstuk 1 van het Rapport dus niet dragen. Voor wat betreft de weigering van de correspondentie rondom het Rapport in de categorie C (onderzoeksopdracht, aanzoeken onderzoeksbureau en overeenkomst Gedelegeerd Opdrachtgevers) heeft de rechtbank meerdere motiveringsgebreken vastgesteld. Voor wat betreft de categorie D (advisering Capra advocaten en Pels Rijcken) is de rechtbank van oordeel dat de Woo zich in beginsel verzet tegen zo’n volledige uitsluiting op basis van het verschoningsrecht, een weigeringsgrond die niet in de Woo wordt genoemd. Verweerder trekt hier een parallel tussen de Woo en het verschoningsrecht, die de rechtbank niet op deze manier ziet dan wel op deze wijze invult. Verweerder heeft haar motivering nu zo ingekleed dat zij het verschoningsrecht als absolute weigeringsgrond gebruikt, waarbij zij geen belangenafweging heeft gemaakt, maar heeft alle communicatie met haar advocaten heeft geweigerd op grond van het verschoningsrecht. Alhoewel de rechtbank het belang ziet van het recht om zich vrijelijk tot een advocaat te kunnen wenden en dit tevens een groot goed vindt, is het geen weigeringsgrond. Het belang dat verweerder probeert te beschermen kan ook worden gediend binnen de weigeringsgronden die de Woo wél kent. De rechtbank vindt het hierbij van belang om op te merken dat het in onderhavige situatie gaat om een bestuursorgaan waarop de Woo van toepassing is. Overheidsorganisaties moeten informatie over wat zij doen en waarom, uit zichzelf geven of als iemand daarom vraagt, tenzij een weigeringsgrond van toepassing is. Het gebruik van dit recht als absolute weigeringsgrond past naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet bij de systematiek van de Woo. Het voorgaande zou naar het oordeel van de rechtbank anders kunnen worden, als verweerder het verschoningsrecht gebruikt als een (nadere) motivering bij een uit de Woo volgende weigeringsgrond. Als verweerder vindt dat een document geweigerd moet worden, zal zij dit aan de hand van een weigeringsgrond moeten motiveren en kan zij dit onderbouwen met het (belang van het) verschoningsrecht
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
